Catalogue Electromagnetic transformers
www.erea.be
print switch display
Page / 16
EREA SA - 24183, 19849
/ 16
See other catalogues for EREA SA
Text version of the page

Installatierichtlijnen

Basisvoorwaarden:

• Verlichtingsinstallaties werkend bij “zeer lage veiligheids spanning” (<50V) moeten worden gevoed door een veiligheidstransformator aangeduid met het symbool Opm.: Het gebruik van dichroïde lampen die niet enkel het licht maar ook een belangrijk deel van de opgewekte warmte naar voren re”ecteren, verdient steeds de voorkeur. - inbouwruimte - afstand tot naburige transformator De primaire en secundaire wikkelingen van een . veiligheids transformator zijn elektrisch gescheiden door middel van een dubbele of versterkte isolatie.• Er wordt een onderscheid gemaakt tussen transformatoren die: - uitsluitend geschikt zijn voor inbouw (niet in het EREA programma) - geschikt zijn voor opbouw ((valse) plafonds) en derhalve ook voor inbouw• 30 cm omwille van warmte-invloeden Veiligheidstransformatoren geschikt voor opbouw hebben de beschermingsklasse II

.

• Het gebruik van kortsluitvaste veiligheidstransformatoren strekt tot aanbeveling.• Niet-kortsluitvaste transformatoren zijn minimaal uitgerust met een thermische beveiliging om de transformator bij oververhitting af te schakelen.• De transformatoren dienen zodanig te worden geïnstalleerd, dat zij adequaat worden beschermd tegen aanraking, overbelasting en kortsluiting, opdat personen noch materialen hierdoor in gevaar komen. Toestel Normalisatie max. temperatuur

Normalisatie en Richtlijnen:

transformator EN 60 742 105°C EN 61 558 transformator VDE 710.14 115°COpm.: De transformatoren die het MM-symbool dragen zijn aan primaire zijde extra beveiligd met een thermische zekering. De • conform de veiligheidsvoorschriften vertaald in de Europese normen EN 61 558 en EN 60 742 verbindingsdraden tussen transformator en een kabel- of railsysteem hebben een minimale doorsnede van . 4mm • conform de laagspannings richtlijn 73/23/EEG die op 1 januari 1997 van kracht werd. Deze richtlijn is van toepassing voor alle elektrische apparaten werkend bij een wis-selspanning vanaf 50V.• de
2 . keurmerken ENEC, CEBEC en KEMA vormen het “onafhankelijke” bewijs van conformiteit met de vermelde normen.

Beveiliging tegen overbelasting en kortsluiting: Installatie en Montage:

Gezien de relatief hoge stromen die aan de secundaire zijde van de transformator vloeien (20 x Ipri), dient men de afstand tot het verlichtingselement steeds zo kort mogelijk te houden. Dit is noodzakelijk om de kabeldoorsnede te beperken, rekening houdend met een aanvaardbare spanningsval van Basisregels: 1. Zowel de primaire als de secundaire geleiders van de installatie dienen beschermd te worden tegen overbelasting en kortsluiting. De keuze van de beveiliging gebeurt in functie van type en lengte van de geleiders en de kortsluitstroom van de transformator (cfr. installatiereglement).2. De 5% teneinde de lichtkleur niet te verstoren (cfr. tabel). De bedieningsschakelaars (10A/250V enkel- of dubbelpolig) worden in de primaire kring van de transformator geplaatst.De transformatoren, geschikt voor de opbouw, worden in (valse) plafonds zodanig ge-monteerd, dat de manipulatie, controle en vervanging niet gehinderd wordt. Ze worden bevestigd aan de vaste gedeelten van het (demonteerbare) valse plafond.Voor de verbinding tussen toestel en rustic lamp mogen enkel hittebestendige draden aange-voerd worden. Verder is het voor een probleemloze werking noodzakelijk dat volgende
P (W) In (A) maximale lengte(m) van een 2-aderige kopergeleider met volgende doorsnede: 11,5V 1,0 mm 2 1,5 mm 2 2,5 mm 2 4,0 mm 2 6,0 mm 2 10 mm 2 16 mm 2 transformator moet eveneens beschermd worden tegen overbelasting en kortsluiting.De beveiliging van kortsluitvaste transformatoren kan tevens dienst doen als lijnbeveiliging op voorwaarde dat de minimum draaddoorsnede en max. lengte gerespecteerd worden.Indien de transformatoren niet kortsluitvast zijn, dient men supplementaire veiligheden te plaatsen met een kaliber aangepast aan de nominale stroom per uitgaande kring. Deze bescherming mag enkelpolig uitgevoerd worden. De EREA zekeringsdozen type “
10 0,8 18,5 27,8 20 1,7 9,3 13,9 23,1 35 2,9 5,3 7,9 13,2 21,2 40 3,3 4,6 6,9 11,6 18,5 27,8 50 4,2 3,7 5,6 9,3 14,8 22,260 5,0 3,1 4,6 7,7 12,3 18,5 30,9 75 6,3 2,5 3,7 6,2 9,9 14,8 24,7 39,5 100 8,3 1,9 2,8 4,6 7,4 11,1 18,5 29,6 150 12,5 1,9 3,1 4,9 7,4 12,3 19,7 200 16,7 1,4 2,3 3,7 5,6 9,3 14,8 250 20,8 1,9 3,0 4,4 7,4 11,8 300 25,0 2,5 3,7 6,2 9,9 350 29,2 2,1 3,2 5,3 8,5 400 33,3 2,8 4,6 7,4450 37,5 2,5 4,1 6,6500 41,7 3,7 5,9550 45,8 3,4 5,4600 50,0 3,1 4,9630 52,5 2,9 4,7 fuse-box ” bieden hier een geschikte oplossing.Opm.:Bij gebruik van een kabel- of railsysteem kan het wenselijk zijn een stroombegren-zingsapparaat in de secundaire kring op te nemen dat het opgenomen lampvermogen reduceert, om overstromen te vermijden. Het gebruik van dimmers is bij deze toestellen niet mogelijk. De afkoeling van het apparaat mag niet gehinderd worden contract door isolatiematerialen.Alle transformatoren van EREA zijn geschikt voor opbouw op een houten ondergrond of inbouw in meubels. De maximale temperatuur, die het steunvlak en behuizing in geval van fout mogen bereiken, is afhankelijk van de desbetreffende normen:

Dimmers:

Laagspanningshalogeenverlichting laat zich middels de gepaste combinatie van voorscha-kelapparatuur perfect dimmen. Bij langdurig verlaagde spanning kan het tot een verstoring van de halogeencyclus komen, waardoor een zwarte neerslag ontstaat en de lamplevensduur ingekort wordt. Het is daarom aangewezen de lampen regelmatig nominaal te belasten.Keuze van geschikte dimmers in combinatie met elektromagnetische transformatoren: • Fase- aansnijdings dimmers geschikt voor inductieve lasten. • Universeel dimmers minimumafstanden gerespecteerd worden: - transformator - lamp:
R,L 20 cm
R,L,C 20 cm

Opm.: Fase- afsnijdings dimmers zijn hier niet toegelaten.

10

ArchiExpo's Virtual Library: PDF Catalogues | Documentation | Brochures | Manuals | Marine directory | Specifications | Characteristics
Search Go
page 1 p.1
page 2 p.2
page 3 p.3
page 4 p.4
page 5 p.5
page 6 p.6
page 7 p.7
page 8 p.8
page 9 p.9
page 10 p.10
page 11 p.11
page 12 p.12
page 13 p.13
page 14 p.14
page 15 p.15
page 16 p.16